Zwin waarneming 1 – 10 januari 2022

Dit verslag is in overleg met het Zwin Natuur Park beschikbaar gesteld voor publicatie.

Vogels
Er werden tot 11 ooievaars gemeld. De lokale broedvogels bleven hun nesten in het Zwin Natuur Park geregeld opzoeken, ter voorbereiding van het aankomende broedseizoen. De avonturen van de zenderooievaars zijn nog regelmatig in detail volgen via de Facebookpagina van het Zwin Natuur Park en via https://www.zwin.be/nl/operatie-ooievaar. Zoals gebruikelijk ligt het aantal updates wel lager in deze tijd van het jaar, omdat de vogels nu in overwinteringsmodus zijn, en zich dan weinig of niet verplaatsen. In het Zwin werden regelmatig kleine zilverreigers waargenomen, zonder dat er een volledige telling plaatsvond. De groep koereigers zat nog steeds in de polders net ten zuiden van het Zwin; er werden maximaal 8 ex. samen geteld. Er verbleef nog 1 jonge lepelaar in het Zwin.

Het aantal pleisterende ganzen dat werd gemeld was laag, maar het is niet duidelijk of dat te wijten was aan werkelijk lagere aantallen of aan een gebrek aan (volledige) tellingen. Er werden maxima genoteerd van 56 grauwe ganzen en ca. 600 brandganzen. Bij gebrek aan tellingen ligt voor deze periode geen goed beeld voor van de aantallen aanwezige eenden. Interessante aantallen waren er wel van bergeend (ca. 500 – zeer hoog aantal!) wintertaling (ca. 120) en tafeleend (8).

Er waren evenmin complete tellingen van steltlopers, maar een aantal losse waarnemingen leverden wel interessante aantallen op van: scholekster (128) kluut (ca. 250), kievit (ca. 300), goudplevier (ca. 130), zilverplevier (136), bontbekplevier (47), (vermoedelijk IJslandse) grutto (24), steenloper (ca. 60), kanoet (38), bonte strandloper (646 – hoogste aantal tot nu toe deze winter) en tureluur (246 – zeer hoog aantal! Geteld op 3/01, wellicht onder invloed van stormtij). Het aantal paarse strandlopers op de golfbrekers bedroeg maximaal 4 ex.

Er werden tot 2 ijsgorzen en 3 sneeuwgorzen gemeld. In de Zwinvlakte werden daarnaast ook leuke aantallen gemeld van oeverpieper (min. 60) en kneu (ca. 80). Een groep van 75 kramsvogels was een hoog aantal tijdens deze zachte winter tot nog toe. Er werden groepen gesignaleerd tot ca. 40 sijzen en ca. 30 putters.

De volgende schaarse en zeldzame soorten werden gemeld: brilduiker (het vertrouwde mannetje), grote zaagbek, bokje, groenpootruiter (zeldzame overwinteraar), kleine mantelmeeuw (heel schaars in Zwin tijdens de winter), bruine kiekendief, blauwe kiekendief, velduil, kleine bonte specht, roek, Cetti’s zanger en grote lijster. De overwinterende bonte kraai werd nog meermaals opgemerkt.

Andere soortgroepen:
Er was een waarneming van gewone zeehond. Dat was op zich niet zo opmerkelijk, want de soort wordt regelmatig waargenomen in het Zwin, maar dit exemplaar was bijzonder omdat hij op 3/01 werd vastgesteld in de oude Zwinplas, in het westelijke deel van de Zwinvlakte. Het dier was daar vermoedelijk terecht gekomen door het zeer hoge stormtij op die dag. Blijkbaar was hij probleemloos weer weggeraakt langs de stuw onder de brug naar de vlakte, want hij werd de volgende dagen niet meer opgemerkt. Gewone zeehonden worden in het Zwin normaal gezien op het strand of net uit de kust, en af en toe ook in de Zwinuitbreiding. Er was een vondst van een lege schelp van gewone priktolhoren, een zeldzaam weekdier. Deze soort werd pas in januari 2020 voor het eerst vastgesteld in het Zwin. In 2021 waren er nog 4 waarnemingen en nu dus al de eerste
voor 2022. Het aantal waarnemingen van gewone priktolhoren langs de Belgische kust neemt de laatste paar jaar sterk toe.

Bron: Wouter Faveyts – Wetenschappelijk medewerker Zwin Natuur Park

https://zwinstreek.waarnemingen.be/