|
De Baarzandsche Kreek is in de 17e eeuw ontstaan, maar was oorspronkelijk een 12e eeuwse watergang, “de Groedsche waterganc”, gelegen in de Oude Groedsche Polder. Door uitschuring als gevolg van inundaties tijdens de 80 jarige oorlog ontstond een omvangrijk krekengebied. Het westelijke deel is nog steeds een aanzienlijke kreek, die helemaal doorloopt tot onder Groede. Het meest oostelijk deel is in beheer bij het Zeeuwse Landschap en is in 2002 uitgebaggerd.
Het is een afgesloten natuurgebied, dat extensief begraasd wordt door Limosin runderen. Een eigen waterpeil is bereikt door de aanleg van een aantal sloten aan de rand van het gebied. Er groeien overwegend soorten die aangeven dat er sprake is van een zoete omgeving zoals geknikte vossestaart, zomprus, pinksterbloem, moeraswalstro en watermunt. Op de lage moerassige graslanden is er hier en daar nog een enigszins brak milieu, waar zilte rus, moeraszoutgras en aardbeiklaver groeien.
Het gebied is zeer waterrijk en wordt veelvuldig bezocht door eendensoorten als wilde eend, kuifeend, slobeend, tafeleend, wintertaling en zomertaling. Maar ook soorten als witgatje, bosruiter, kluut, kleine strandloper, wulp, kleine zilverreiger en lepelaar kun je er aantreffen. Diverse meeuwensoorten, waaronder de dwergmeeuw, zijn er waargenomen. In de winter is het een belangrijk ganzenopvanggebied. Dan zie je hier honderden grauwe ganzen, kolganzen en smienten en grote groepen trekkende weidevogels en steltlopers. Van de weidevogels broeden hier kievit, tureluur, scholekster, grutto en slobeend. In de rietkragen broeden grauwe ganzen, grote en kleine karekiet, blauwborst, rietgors, rietzanger en bruine kiekendief.
Het natuurgebied is niet vrij toegankelijk, maar wel goed te overzien vanaf Rijksweg N58, tussen Schoondijke en Breskens. Bij de rotonde in Breskens neem je de westelijke parallelweg richting Schoondijke. Km-hok 48-52-32. Het beste moment van de dag is ’s morgens voor 11.00 uur. Dan heb je de zon in de rug en kijk je in westelijke richting.
|